Workshop 1. Ik zie op mijn computerscherm hoe ik mij voel

Dr. Kees Blase. Medisch fysicus, neurobioloog en andragoloog

Chronische traumatisering in de kinderjaren heeft een direct effect op ons lichaam, met name ontregeling van het autonome zenuwstelsel. Het begrip neuroceptie legt uit hoe wij het ontregelde autonome zenuwstelsel weer (gedeeltelijk of geheel) kunnen herstellen, om daarna veilige hechting weer mogelijk te maken. Hartritme biofeedback is een wetenschappelijk bewezen aanvulling op cognitieve gedragstherapeutische behandeling of behandeling met CGT- EMDR. Het is ook een goede methode voor zelfregulatie en zelfmanagement. 

In deze workshop gaat u ervaren hoe u zelf het autonome zenuwstelsel weer in balans kunt krijgen, en hoe dat bij cliënten mogelijk is. Er wordt een nieuw perspectief geboden, waarmee de client zelf aan zijn/haar veerkracht kan werken. Adem blijkt de sleutel te zijn: ademritme in resonantie met het hartritme. Hoe vindt je die eigen resonantie? Er wordt een brug geslagen tussen klinische praktijk en wetenschappelijke achtergrond van hartritme biofeedback. Ook wordt in beeld gebracht wat er neurofysiologisch gebeurt bij een CGT - EMDR behandeling.

Meer lezen:

K.Blase, A.van Dijke, E.Vermetten,Evidentie voor de effectiviteit van HRV-biofeedback bij behandeling van depressie en PTSD? 2016, Tijdschrift voor Psychiatrie.

Workshop 2. (complexe) PTSS en (borderline) persoonlijkheidsstoornissen: differentiaal diagnostiek, comorbiditeit en traumabehandeling

Drs. Ellen Willemsen, Psychiater en Drs. Gloria Gribling, Psychotherapeut, Systeem- en Cognitief Gedragstherapeut

Er is een grote overlap in het voorkomen van PTSS en persoonlijkheidsstoornissen.  Ook  is er forse symptoomoverlap, in het bijzonder bij Complexe PTSS. In de praktijk is het  van belang beide stoornissen te onderkennen, omdat de een het beloop en de prognose van de ander kan beïnvloeden. De huidige richtlijnen geven hierbij onvoldoende houvast.

Hoe kun je in de praktijk differentiëren en omgaan met deze comorbiditeit. Een veel gestelde vraag is: wat behandel je eerst? We gaan daar als specialismeleiders persoonlijkheidsstoornissen en trauma na het geven van een overzicht over wat bekend is uit de literatuur, vooral in op de praktijk, bij onder andere cognitief gedragtherapeutische stabilisatietechnieken en traumaverwerking met o.a. EMDR en Exposure, met casuïstiek en praktische handvatten. Hierbij is er expliciet ruimte voor inbreng vanuit de deelnemers. Tevens worden enige implicaties voor de inhoud en samenwerking van de zorgpaden voor beide stoornissen besproken.

Workshop 3. "Herstellen is een werkwoord". Helen van vroegkinderlijke chronische trauma's

Mw. Thérèse Evers, voormalig zedenrechercheur en docent Zeden Politie Academie

In deze workshop neemt de spreker u mee door haar persoonlijke geschiedenis van seksueel misbruik in haar jeugd en geeft uitleg over de door haar gekozen weg naar het boeiende vakgebied van de zedenpolitie. Boeiend maar ook vol risico’s door haar eigen geweldsgeschiedenis. De vraag die centraal staat is of en hoe je als overlever van vroegkinderlijke trauma’s kunt herstellen en trauma gerelateerde misvattingen en overtuigingen kunt transformeren tot een gezonde visie op jezelf en je omgeving. 

De bijdrage spitst zich niet zozeer toe op de inhoud van de trauma’s, maar vooral op de voorwaarden voor, en de mogelijkheden en persoonlijke ervaringen met herstel. Kan dat en wat is daarvoor nodig? En zo ja, hoe vind je als overlever van geweld in je jeugd, met verlies en pijn enerzijds en kracht en bezieling anderzijds  een leefbare balans. De spreker neemt u mee op haar pad van wat zij noemt ‘de micromomentjes van herstel’.

Meer lezen:

Thérèse Evers, De som der delen – Ontmaskeringen door een zedenrechercheur. ISBN 9789089546494 Uitgeverij Elikser.  

Thérèse Evers, Genoeg – gedichtenbundel over verwerking van seksueel geweld. Uitgave eigen beheer: td.evers@tele2.nl

Workshop 4.

Screening en diagnostiek van Complexe PTSS en Dissociatieve Stoornissen: comlexiteit en interactie 

Nimet Elmaci MSc, GZ psycholoog, Klinisch psycholoog, Cognitief Gedragstherapeut en Psychotherapeut 

Ondanks het feit dat het verband tussen chronische traumatisering in de kinderjaren en psychische stoornissen in de volwassenheid  - zoals complexe posttraumatische stress-stoornis, depressie dissociatieve stoornissen, somatoforme stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen-  is aangetoond, blijft diagnostiek van Complexe PTSS en Dissociatieve Stoornissen een onderbelicht thema in de meeste opleidingen.

De complexiteit en interactie van stoornissen en symptomen, de opeenstapeling van traumatische ervaringen en de ontregeling in het dagelijks leven kan het herkennen van Complexe Posttraumatische StressStoornis (CPTSS) en dissociatieve verschijnselen bemoeilijken.

Deze workshop zal dan ook gaan over het herkennen en onderscheiden van CPTSS en Dissociatieve Stoornissen en de psychodiagnostische instrumenten die daarbij ondersteunend kunnen zijn.  

Meer lezen:

Rensen (2016); STRAKX module screening en diagnostiek op (Complexe) Post Traumatische Stress Stoornis, Dissociatieve Stoornissen en co-morbiditeit bij volwassenen met - een vermoeden van - een voorgeschiedenis van Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering; Amstelveen Centrum Late Effecten Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (CELEVT).

Workshop 5. Malkanderspiegeltjes: Mentaliseren, gehechtheid en de therapeutisch relatie

Drs. Annah Planjer, Klinisch psycholoog, psychotherapeut, psychoanalytisch psychotherapeut i.o.

In deze workshop komt aan de orde hoe het mentaliserend vermogen zich ontwikkelt, namelijk in een relatie met de ander; met een ouder of verzorger, met een partner of een therapeut.  Aan de hand van vignetten en oefeningen kijken we waar er gementaliseerd wordt, waar er problemen zijn met mentaliseren en hoe de gehechtheidsstijl  van de cliënt zichtbaar en voelbaar wordt in de therapeutische relatie. We staan stil bij interventies die veilige gehechtheid bevorderen en de spanning in de (therapeutische) relatie helpen reguleren. 

Meer lezen:

Gael, M. (2008), De missing link tussen trauma en bordeline problematiek. Een benadering vanuit de hechtingstherapie, Tijdschrift voor Psychotherapie. Idem (2012), Extreem luid en ongelooflijk ver weg. Mentaliseren in de psychotherapie.

 
Van Hennik, R. en Planjer, A. (2008). ‘Echt een kind van haar moeder.’ Mentaliseren bevorderende narratieve systeemtherapie in de behandeling van kinderen met hechtingsproblemen. Systeemtherapie 20, nr. 3, 133-151.

Workshop 6. De gevolgen van emotionele verwaarlozing voor de persoonlijkheidsontwikkeling, angst en depressie. Screening en behandelperspectieven.

Dr. Jaqueline Hovens, Psychiater

Chronische traumatisering in de kinderjaren, in het bijzonder emotionele verwaarlozing, verhoogt niet alleen de algehele kwetsbaarheid maar leidt ook tot een ongunstiger ziektebeloop van angst en depressie op volwassen leeftijd.

De onderlinge samenhang van vroegkinderlijke chronische traumatisering, in het bijzonder emotionele verwaarlozing, met angst en depressie op volwassen leeftijd vormt de basis van deze workshop. Onderzoeksbevindingen komen aan de orde, waaronder de prevalentie, meetinstrumenten en bias. De gevolgen van verwaarlozing/mishandeling voor het psychosociaal functioneren en de persoonlijkheidsontwikkeling, angst en depressie van volwassenen komen ook aan de orde. 

De focus ligt op de klinische (en maatschappelijke) implicaties om vandaar uit te komen tot aanbevelingen voor de traumadiagnostiek en behandeling voor professionals werkzaam met in de kinderjaren chronisch getraumatiseerde volwassen. Onder andere het gebruik van screeningsinstrumenten en cognitief gedragstherapeutische en psychodynamische methoden voor en implicaties van traumabehandeling komen aan de orde.  

Meer lezen:

Hovers, G.T.M. (2015), Emotional scars: impact of childhood trauma on depression and anxiety disorders, LUMC. Link proefschrift https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/36026

Workshop 7. Toxische stress en het effect op de ontwikkeling van de hersenen bij Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering 

Drs. Leony Coppens. Klinisch psycholoog, Cognitief Gedragstherapeut, Orthopedagoog

Wanneer u werkzaam bent met in de kinderjaren chronisch getraumatiseerde volwassenen is het belangrijk inzicht te hebben in wat er tijdens de eerste levensjaren mis gaat in de ontwikkeling van de hersenen van een kind dat opgroeit in chronisch stressvolle omstandigheden.

In deze workshop leert u aan de hand van casuïstiek en filmmateriaal wat toxische stress is en welke effecten dit heeft op de ontwikkeling van de hersenen in een fase dat deze de basis leggen voor de hele verdere ontwikkeling.

Meer lezen:

National Scientific Council on the Developing Child (2007). The Timing and Quality of Early Experiences Combine to Shape Brain Architecture: Working Paper 5. http://www.developingchild.harvard.edu 
 

National Scientific Council on the Developing Child (2005/2014). Excessive Stress Disrupts the Architecture of the Developing Brain: Working Paper 3. Updated Edition. http://www.developingchild.harvard.edu

Workshop 8. Sensorimotor Psychotherapie gecombineerd met CGT- EMDR bij volwassenen met vroegkinderlijk trauma  

Drs. Fieke Klein Wassink, Klinisch Psycholoog, Cognitief Gedragstherapeut, EMDR- en Sensorimotor Psychotherapie Gecertificeerd

Trauma en onveilige gehechtheid liggen vaak aan de basis van ernstige psychopathologie.  Dat weten we, maar hoe krijgen we dit boven tafel bij de client? Wat zijn onze ingangen als therapeut?  Zijn we niet vaak handelingsverlegen? ‘Praten over’ zorgt ervoor dat de cliënt vast gaat zitten in het denken. ’Emoties naar voren halen’ maakt het meestal onveiliger voor de cliënt.

Zijn er andere wegen?Het (vroegkinderlijk) trauma komt duidelijker naar voren in het lijf, de beweging, gezichtsuitdrukking en gebaren, dan in woorden of emoties. Complex trauma uit zich altijd in signalen van het lichaam. Het volgen van (vaak kleine) veranderingen en bewegingen in het lijf biedt de hulpverlener een ingang.

Sensorimotortherapie biedt inzicht/kennis om deze waarneming te verbinden met cognities, emoties, beelden, herinneringen en sensaties. Andere ervaringen worden op deze wijze bewerkstelligd en zorgen voor een uitbreiding van het handelingspatroon van de cliënt en regulatie van emoties. Met hulp van EMDR-technieken zoals bilaterale stimulatie zorgt de therapeut ervoor dat de client in het ‘window of tolerance’ kan blijven en toch de nare situatie kan ervaren.  

In deze workshop laat ik met videomateriaal, theorie en praktische oefeningen wegen zien om EMDR-technieken te gebruiken in sensorimotor- therapie. Het (vroegkinderlijk) trauma, waar de cliënt mee leeft ligt opgeslagen in het lijf, de emotie en de cognitie. Het speelt een grote rol in het leven van de cliënt en wordt bottom-up (via lichaamsgericht werken) naar voren gebracht. Dit bewustzijn en experimenten met deze nieuwe ervaring geeft handen en voeten aan client en therapeut om te handelen en te veranderen. Een vis is de laatste die weet dat hij in het water zwemt.......

Meer lezen:

Ogden,P., Fisher,J.; Sensorimotor Psychotherapy for trauma and attachement, Norton.

Minton, K., Ogden, P., Pain, C.; Trauma and the body, A sensorimotor Approach to Psychotheapy, Norton

 

Workshop 9. Onveilige hechting en disfunctionele coping in de behandeling van verstoord eetgedrag bij ernstige vroegkinderlijke traumata 

Dr. Peter Daansen MBA, Klinisch psycholoog

CGT - Cognitieve gedragstherapie is de voorkeursbehandeling voor eetstoornissen. Er bestaan verschillende goede behandelprotocollen. De laatste jaren heeft het transdiagnostisch model van Fairburn e.a. aan populariteit gewonnen en heeft het zijn effectiviteit in verschillende onderzoeken bewezen. Centraal staan dysfunctionele zelfschema’s, stemmingswisselingen, overwaardering van lichaamsvorm – en gewicht, perfectionisme en verstoord eetgedrag.

Toch kan een aanzienlijk aantal patiënten niet of onvoldoennde van deze protocollen profiteren. Dat is vooral het geval bij patiënten die in hun kindertijd ernstig zijn getraumatiseerd, waarbij vooral aan seksueel misbruik en emotionele verwaarlozing gedacht moet worden.

Het verstoorde eetgedrag (eetbuien, purgeren of restrictief eten) is dan primair een disfunctionele coping voor andere problematiek. Er zijn aanwijzingen dat onveilige hechting  en verstoorde emotieregulatie essentiële mediatoren zijn tussen ernstige vroegkinderlijke traumata en het ontstaan en het blijven voortbestaan van eetstoornissen. 

Het verdient de voorkeur om van meet af aan een tweesporenbeleid te volgen. Gestart wordt met de ontwikkeling van een veilige therapeutische relatie. Daarna kan parallel  aan de normalisatie van het eetgedrag en aan de emotieregulatie worden gewerkt. In enkele gevallen zal voordat de eetstoornisbehandeling kan worden gestart eerst een traumabehandeling moeten plaatsvinden. In deze workshop zal aan de hand van casuïstiek de werkwijze worden toegelicht en enkele interventies worden geoefend.

Workshop 10. Het nut van leertheorieën bij het begrijpen en behandelen van vroegkinderlijk getraumatiseerde cliënten en de therapeutische relatie: een stevige vorm van exposure?

Dr. Anton Hafkenscheid, klinisch psycholoog, psychotherapeut, Cognitief Gedragstherapeut

Vroegkinderlijke traumatisering kenmerkt zich door emotionele, cognitieve en inter-persoonlijke (relationele) beschadigingen op een zeer basaal-preverbaal- niveau. Vroegkinderlijk getraumatiseerde clienten hebben vaak een complex en hardnekkig patroon van vermijdingsgedrag aangeleerd, dat primair gericht is op angstpreventi en angstreductie.
 
Leertheoretische inzichten hebben bij uitstek bijgedragen aan het scherp begrijpen en effectief behandelen van enkelvoudige en niet gecompliceerde PTSS. De problematiek van vroegkinderlijke traumatisering wordt vaak meer psychodynamisch behandeld. De behandeling moet bij deze clienten niet alleen (en soms niet zozeer) gericht zijn op blootstelling - exposure) aan de traumatische ervaringen zelf. Therapeutkenmerken en therapeutische omgeving vormen juist voor vroegkinderlijk getraumatiseerde clienten een emotioneel geladen geconditioneerde stimuluscontext die de cognitief gedragstherapeutische behandeling kan faciliteren, maar ook sterk kan blokkeren. De therapeutische relatie is voor de meeste vroegkinderlijk getraumatiseerde clienten een stevige vorm van exposure waarin hun prototypische geconditioneerde emotionele reacties en actietendenties (vluchten, bevriezen, vechten) onwillekeurig worden uitgelokt. In deze bijdrage wordt het belang van leertheoretische inzichten gedemonstreerd aan de hand van concrete casuistiek van deelnemers. 
 
Meer lezen: Hafkenscheid, A. & Gudrun, M. (2010). De therapeutische relatie als onderhandelingsproces: het resolutiemodel voor alliantiebarsten van Safran. Gedragstherapie, 36, 394-403.
 
Hafkenscheid, A. (2009). De interpersoonlijke component. Hoofdstuk in Colijn, S.& Trijsburg, R.W. (red). Leerboek Psychotherapie, p 109-121. Utecht: De Tijdstroom.

 

Kijk voor kort CV van alle workshopbegeleiders onder Personalia.